Deeg
Deeg is het ongebakken basisproduct voor diverse broden en gebak. De basisingrediënten van deeg zijn meel en water (of andere vloeistoffen zoals melk en vruchtensap). Dit wordt eventueel aangevuld met rijsmiddelen (gist, bakpoeder, zuurdesem of ei) en smaakstoffen zoals suiker en zout. Deeg is meestal kneedbaar, maar altijd dik van consistentie, vloeibare degen daarentegen heten in het Nederlands beslag. Deeg moet gekneed of geroerd worden om de ingrediënten te mengen en een luchtige structuur van het gebak te verzekeren. GeschiedenisDe ontwikkeling van de bakkunst is direct verbonden met de teelt en verwerking van granen, vooral van tarwe. Aangezien de meeste bekende graansoorten uit het Midden-Oosten stammen, zijn veel bakprocessen aldaar ontstaan. Wat bekend is van de baktechnieken in het Oude Egypte, komt in essentie overeen met dat wat de moderne bakkers ook doen met dezelfde ingrediënten.[1] Terwijl in de oudheid het meeste gebak eenvoudig en voor de dagelijkse consumpie was, ontstond aan het hof van Europese en oriëntaalse adellijken een verfijnde culinaire cultuur, wat tot de ontwikkeling van andere deegsoorten voor specialiteiten geleid heeft. De contacten van Parijse bakkers met de bakkunst van Wenen resulteerde in de ontwikkeling van de baguette, de croissant en talloze andere gebaksoorten met verschillende degen, onder de naam "viennoiserie". Scheikundige achtergrondenGlutenDe speciale eigenschappen van gebakken, gekookte en gestoomde deegwaren berusten op de ontwikkeling van gluten in het deeg. Bij het malen van graan komen polymere eiwitcomplexen (glutenines) en monomere eiwitten (gliadines) vrij, die door zwavelbrugvorming en het vasthouden van door gist of bakpoeder geproduceerd koolstofdioxide een volumentoename veroorzaken na contact met water.[1] KnedenHet kneden van deeg zorgt door het bijeenbrengen van moleculen voor een verbetering van de eiwitverbindingen en speelt daardoor een essentiële rol bij de natuurkundige eigenschappen. Zout en vitamine CNaast de betekenis van zout voor de smaak, beïnvloedt zout de elasticiteit van het deeg. Een overmaat aan zout vermindert echter de eiwitverbindingen.[2] Vitamine C wordt bij de industriële broodbakkerij toegevoegd om door zuurstofvorming de onvoldoende rijping van zeer recent gemalen meel tegen te werken.[3] KookdeegHet koken van deeg voor het bakken zorgt door eiwitdenaturatie voor gelatinatie, wat bijv. voor de luchtbelvorming in soezen verantwoordelijk is. Het toevoegen van een klein aandeel gekookt deeg in normaal deeg (kookstuk of tangzhong) kan de structuur en houdbaarheid van het eindproduct sterk verbeteren. VoordeegVoor bepaalde gebaksoorten, zoals panettone, is het noodzakellijk een gedeelte van het deeg meerdere uren voor het maken van het hoofddeeg te laten fermenteren.[4] Dit wordt een voordeeg genoemd. Der fermentatie geschiedt door gist en bacteriën. Het verschil met zuurdesem is de afwezigheid van melkzuurbacteriën, zodat een voordeeg geen of weinig zuur bevat.[5] Er bestaan vloeibare en vaste voordeegsoorten. DeegsoortenEr zijn diverse soorten deeg die als basis voor gebak kunnen dienen:
Ongebakken deegEr worden nog een aantal andere bereidingswijzen deeg genoemd hoewel deze niet gebakken worden:
Uitdrukkingen
Bronnen, noten en/of referenties
Mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Dough op Wikimedia Commons.
|
Portal di Ensiklopedia Dunia