These-antithese-syntheseHet schema these-antithese-synthese (letterlijk stelling-tegenstelling-samenstelling) is een type argumentatie dat begint met twee ogenschijnlijk tegengestelde proposities, de these en antithese. De tegenstelling wordt opgeheven in een nieuwe propositie, de synthese. Het schema is opgesteld door de Duitse filosoof Johann Gottlieb Fichte, maar wordt onterecht ook als samenvatting van de dialectische redeneertrant van Georg Wilhelm Friedrich Hegel en Karl Marx gebruikt. In een ruimere betekenis kan het schema beschouwd worden als een van ontwikkeling. Synthese is dan de fase in de ontwikkeling waarin de tegenstellingen tussen de these-fase en de antithese-fase opgeheven worden. Formele beschrijvingDe drie-eenheid van these, antithese, synthese wordt vaak als volgt beschreven
De synthese op zichzelf vormt een propositie. Deze kan op haar beurt bekeken worden als een these, waarop een antithese volgt, met daarna een nieuwe synthese. Bijvoorbeeld:
Toepassing op Hegel en MarxDe filosoof Heinrich Moritz Chalybäus gebruikte het schema ook als samenvatting van de dialectische geschiedopvatting van G.W.F. Hegel. Die gebruikte de drie termen slechts in één werk, niet om zijn eigen denken in te vatten, maar om dat van Immanuel Kant te duiden en belachelijk te maken. In Hegels beschouwing van processen is niet sprake van these-antithese-synthese, maar van abstract-negatie-concreet: in iedere historische ontwikkeling zit volgens Hegel een mogelijkheid (abstract), een proces van ontwikkeling en ervaring (negatie) en een eindpunt (concreet). Het schema these-antithese-synthese wordt tot slot gebruikt om Karl Marx' historisch materialisme mee samen te vatten (met bijv. arbeid-kapitaal-revolutie als schema voor de klassenstrijd), maar Marx maakte er evenmin gebruik van. Voorbeelden
Zie ook |