Onvoltooid deelwoordHet onvoltooid deelwoord (ook wel tegenwoordig deelwoord of participium praesens) is de vorm van het werkwoord die het aspect toestand of het aspect voortgang aangeeft: de werking is hetzij statisch, hetzij nog voort-durend, de werkwoordstijd tegenwoordig. VormingIn het Nederlands wordt het onvoltooid deelwoord gevormd door toevoeging van d of de aan de infinitief.
Het onvoltooid deelwoord wordt voornamelijk nog als bijvoeglijk naamwoord gebruikt. De toegevoegde e is in deze gevallen het gevolg van de regels voor bijvoeglijke naamwoorden.
Gebruik en syntaxisHet onvoltooid deelwoord is een vorm van het werkwoord, maar functioneert tegelijkertijd als een bijvoeglijk naamwoord. Dat betekent dat het de syntactische eigenschappen heeft van een werkwoord, maar ook die van een bijvoeglijk naamwoord. WerkwoordDoordat het onvoltooid deelwoord als werkwoord fungeert, kan het met diverse zinsdelen gecombineerd worden:
Bijvoeglijk naamwoordDoordat het tegenwoordig deelwoord tevens een bijvoeglijk naamwoord is, krijgt het de eigenschappen van bijvoeglijke naamwoorden. VormEvenals andere bijvoeglijke naamwoorden krijgt het tegenwoordig deelwoord in bepaalde gevallen een buigings-e:
In sommige vaste uitdrukkingen (de behandelend arts, de eerstaanwezend ingenieur) blijft deze buigings-e achterwege. Wanneer het tegenwoordig deelwoord zelfstandig wordt gebruikt (zie hieronder, Conversie), krijgt het soms de uitgang -en. Dit is het geval onder twee voorwaarden: Het tegenwoordig deelwoord verwijst naar personen in het meervoud. Daarentegen krijgen zaken ook in het meervoud geen -n.
SyntaxisHet kan attributief gebruikt worden, en dan staat het meestal vóór een zelfstandig naamwoord:
Het kan ook predicatief worden gebruikt, bijvoorbeeld als naamwoordelijk deel van het gezegde:
of als bepaling van gesteldheid:
Beknopte bijzin Zie Beknopte bijzin voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Terwijl een volledige bijzin een zinsdeel is met een eigen onderwerp en een eigen persoonsvorm, ontbreken die persoonsvorm en dat onderwerp in de beknopte bijzin. Er is echter wel een andere werkwoordsvorm nodig in een beknopte bijzin; een van de werkwoordsvormen die daarvoor in aanmerking komen, is het tegenwoordig deelwoord. Het kan dan de vorm met of zonder -e aannemen, en soms staat er het woordje al voor om de duur van de werking te benadrukken:
Hoewel het tegenwoordig deelwoord geen eigen onderwerp heeft, is er wel een geïmpliceerd onderwerp: dat is gelijk aan het onderwerp in de hoofdzin. De implicatie is immers dat Oscar dwaalt, dat Marianne zingt, dat Roos en Pepijn kissebissen en dat ik schrijf. Het onvoltooid deelwoord zou in dit soort gevallen vervangen kunnen worden door een volledige bijzin, ingeleid door bijvoorbeeld het voegwoord "terwijl". ConversieEen bijvoeglijk naamwoord kan zelfstandig worden gebruikt, en dan wordt het in feite een zelfstandig naamwoord. Deze mogelijkheid heeft het tegenwoordig deelwoord ook:
Anderzijds kan een bijvoeglijk naamwoord als bijwoord optreden, en dit geldt ook voor het tegenwoordig deelwoord:
Deverbatief adjectiefEen tegenwoordig deelwoord kan zo veelvuldig als adjectief gebruikt worden dat het eigenlijk geheel en al een bijvoeglijk naamwoord is geworden. Omdat het wel van een werkwoord is afgeleid, noemen we zo'n adjectief deverbatief. De werkwoordelijke betekenis wordt niet meer gevoeld:
Ook blinkend, doordringend en slaapverwekkend zijn hier voorbeelden van. De laatste twee zijn samengestelde bijvoeglijke naamwoorden, die zo gebruikelijk zijn dat ze aaneen worden geschreven, en die ook het accent op het hoofdwoord hebben gekregen (de klemtoon is "eenheidsaccent" geworden). Staande uitdrukkingenIn een aantal uitdrukkingen, zogeheten absolute constructies, is het gebruik van het tegenwoordig deelwoord versteend; het zijn vaste uitdrukkingen geworden, die vaak archaïsch aandoen of althans tot de schrijftaal beperkt zijn:
Anders dan in de voorbeeldzinnen onder het kopje Beknopte bijzin heeft het tegenwoordig deelwoord in deze uitdrukkingen wel een eigen onderwerp. In de geciteerde voorbeelden zijn dat respectievelijk het onderzoek, dit en ijs en weder. Zie ookBronnen, noten en/of referenties
|