Comburgse handschriftHet Comburgse handschrift is een handschrift met Middelnederlandse literaire teksten, geschreven in de periode tussen 1380 en 1425 en afkomstig uit de omgeving van Gent. InhoudDit verzamelhandschrift bevat een vijftigtal verhalen op 346 folia,[1] waaronder:
Sommige teksten zijn alleen in dit handschrift overgeleverd, zoals enkele prozastukken, een groot aantal sproken, en:
BeschrijvingFysieke kernmerkenHet Comburgse manuscript is geen mooi, fijn verzorgd handschrift met weelderige miniaturen, zoals men zich dat veelal voorstelt. Het perkament is van een bar slechte kwaliteit, oneffen en gepigmenteerd, met gaten erin, en het is slecht gebonden. Het bevat slechts één grafisch uitgewerkte initiaal en één enkele tekening van de Vlaamse graaf Filips van de Elzas) op folium 282, aan het begin de Rijmkroniek van Vlaanderen. De miniatuur beeldt een nieuwe legende uit, namelijk dat Filips het oude azuur-keel-rode wapenschild van de legendarische woudmeesters zou hebben ingeruild voor de klimmende zwarte leeuw (later gekend als "Vlaamse leeuw"), die hij met zijn kruisvaarders zou hebben meegenomen uit het Heilig Land.[a] De Rijmkroniek van Vlaanderen en kroniek van Johannes Iperius (circa 1390) zijn de eerste verhalen die dit tweehonderd jaar na Filips' dood voor het eerst beweren.[2] Wellicht was het een soort catalogus, geschreven in de voordrachttraditie van toen en die kon geraadpleegd worden door wie een verhaal wilde bestellen, dat dan wél zorgvuldig en verfijnd zou worden gekopieerd. De codex bevat weliswaar geen prijzen voor de kopieerdiensten en bestellingen, maar de telling van de verzen laat toch toe te veronderstellen, dat hier beroepskopiisten aan het werk waren. Rijmkroniek van VlaanderenModerne onderzoekers gaan ervanuit dat er maar liefst negen verschillende handen aan de tekst hebben gewerkt. Aan de Rijmkroniek van Vlaanderen, die circa de laatste 20% van de bladen bestrijkt, zijn dat al vier teksthanden. De Rijmkroniek bestaat uit 10571 verzen (10569 volgens oudere tellingen) en is samengesteld uit minstens vijf bronnen:
ProvenanceOp taalkundige, inhoudelijke, paleografische en materiële gronden is te concluderen dat de codex is vervaardigd in de omgeving van Gent tussen eind 14e eeuw en begin 15e eeuw. Er wordt vermoed dat het handschrift in 1536 vanuit Brussel naar Comburg is verplaatst, omdat de Brusselse kanunnik Gerhardus von Schwalbach in dat jaar werd aangesteld als deken van de abdij of Ritterstift Comburg (gelegen in Schwäbisch Hall op de Comburg in Baden-Württemberg); hij zou de codex dan hebben meegenomen naar zijn nieuwe woon- en werkplaats.[1] Omdat Erasmus Neustetter, deken en later proost van het Ritterstift, in 1578 het wapen van zijn familie liet toevoegen, moet het handschrift toen al in Comburg zijn geweest.[1] Het stift werd in 1803 opgeheven door de Reichsdeputationshauptschluss; de bezittingen kwamen toe aan het keurvorstendom Württemberg.[1] Korte tijd later in 1805 ontdekte F.D. Gräter (1768–1830) het bijzondere handschrift in de Comburgse bibliotheek, waardoor het aan zijn naam "Comburgse handschrift" kwam.[1] Daar bleef het bewaard tot Frederik I, sinds 1806 koning van Württemberg, deze bibliotheek schonk aan de in 1810 gestichte "Königliche Öffentliche Bibliothek" in Stuttgart, in 1921 hernoemd tot Württembergische Landesbibliothek.[1] Sindsdien bevindt het handschrift zich daar onder documentnummer Cod. poet. et philol. fol. 22.[1] EditiesEén enkele keer – in 1991 – werd het broze handschrift uit de Landesbibliothek vrijgegeven, voor de fotografische reproductie in een facsimile-uitgave van het dierenepos Van den Vos Reynaerde. In 1997 verscheen een diplomatische editie van het Comburgse handschrift door Herman Brinkman en Janny Schenkel bij Uitgeverij Verloren. Rond 2011 is het gehele Comburgse handschrift gedigitaliseerd. Sinsdien kan het online geraadpleegd worden in de digitale bibliotheek van de Württembergische Landesbibliothek Stuttgart. Externe linkBronnen, noten en/of referenties
Zie de categorie Comburg manuscript - Stuttgart, Württembergische Landesbibliothek, Cod. poet. et phil. 2° 22 van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.
|